Ik werk met vee of in een slachterij

In het kort

In het kort

  • Werkt u met varkens, vleeskalveren, kippen of in een slachterij? Dan bent u misschien drager van een resistente bacterie. 
  • U merkt dat zelf niet. De bacterie geeft bijna nooit klachten.
  • Gaat u naar een ziekenhuis voor een ingreep of opname? Zeg dan tegen de arts dat u met vee of slachtvlees werkt.
  • Dan kan de arts testen of u drager bent van een resistente bacterie. 
Wat is het
Werken met vee

Ik werk met vee of in een slachterij

In de veeteelt worden antibiotica veel gebruikt. Bacteriën kunnen daardoor ongevoelig voor antibiotica worden (resistent). Dieren kunnen deze bacterie op u overdragen.

U bent misschien drager van een ongevoelige bacterie als u: 

  • werkt met varkens, vleeskalveren of vleeskuikens, bijvoorbeeld als u veehouder of veearts bent. 
  • in uw werk in aanraking komt met rauw vlees, bijvoorbeeld in een slachterij. 

Als u drager bent van een ongevoelige bacterie merkt u dat meestal niet. De bacterie geeft meestal geen klachten. 

Voor kwetsbare mensen in het ziekenhuis kan de bacterie wel gevaarlijk zijn. 

MRSA

MRSA

In de veeteelt komen verschillende soorten ongevoelige bacteriën voor.
De meest voorkomende zijn de ESBL en de MRSA-bacterie. Van deze laatste zijn 2 verschillende soorten:

  • De MRSA-bacterie die in de veeteelt voorkomt: deze gaat over van dier op mens, maar zelden van mens op mens.
  • De MRSA-bacterie die in ziekenhuizen voorkomt: dit is een andere bacterie. Die gaat wel over van mens op mens.
Wanneer testen

Wanneer testen of ik drager ben?

Testen of u een resistente bacterie bij u draagt is meestal niet nodig. De bacterie geeft bijna nooit klachten. 

Testen of u drager bent kan wél nodig zijn als u naar het ziekenhuis moet, bijvoorbeeld voor een ingreep of opname.

Zeg tegen de arts dat u met vee of slachtvlees werkt. Als het nodig is kan de dokter testen of u drager bent. Bespreek het  van tevoren met uw huisarts, als dat kan.

Hoe testen

Hoe test ik of ik drager ben?

De arts kan testen of u drager bent door met een wattenstokje in uw neus en keel te strijken en vlak voor de anus. Zo een test noemen we een kweek. Ook kan getest worden voor welke antibiotica de bacterie nog wel gevoelig is. Na een paar dagen krijgt u de uitslag.

De uitslag

Hoe verder na de uitslag?

De uitslag kan zijn dat u drager bent of dat u geen drager bent van een ongevoelige bacterie.

  • U bent géén drager
    Dan kunt u gewoon naar het ziekenhuis als u daar moet zijn voor een afspraak of opname. 
    Omdat u door uw werk (met vee, pluimvee of slachtvlees) steeds weer in aanraking komt met ongevoelige bacteriën, is deze uitslag maar 3 maanden geldig. 
     
  • U bent drager van een resistente bacterie 
    Als u drager bent en naar het ziekenhuis gaat voor een ingreep of opname, dan nemen artsen en verpleegkundigen extra maatregelen om verspreiden van de bacterie te voorkomen. Bijvoorbeeld door handschoenen, schort en mondmasker te dragen. Als u wordt opgenomen in het ziekenhuis dan krijgt u een eigen kamer. Dit om te voorkomen dat u de bacterie op andere patiënten overdraagt.
    Ook andere hulpverleners zoals de fysiotherapeut of de thuiszorg houden er graag rekening mee dat u drager bent. Vertel daarom dat u drager bent. 
Hoe gaat het verder?

Hoe gaat het verder als ik drager ben?

Een ongevoelige bacterie geeft meestal geen klachten. Behandeling is daarom zelden nodig. En door uw werk komt u steeds weer in contact met ongevoelige bacteriën. Daarom is behandeling ook niet zinvol.

Hygiëne is belangrijk om verspreiden van bacterien te voorkomen. Was uw handen met water en zeep na contact met vee of rauw vlees.
En nadat u naar het toilet bent geweest, voordat u eten klaarmaakt en voordat u gaat eten.

Als u stopt met werken in de veeteelt, raakt u de ongevoelige bacterie meestal vanzelf weer kwijt. Dit kan maanden tot jaren duren.

Wanneer bellen?

Wanneer contact?

Elke bacterie kan een ontsteking geven, bijvoorbeeld als u een wondje heeft of als u de huid heeft open gekrabd.
Neem daarom contact op met uw huisarts als u

  • een wond heeft 
    • met pus
    • wondranden die roder, dikker of warmer worden of meer pijn doen
    • en u zich ziek voelt of koorts krijgt 
  • open plekken in de huid heeft die slecht genezen
  • een steenpuist of krentenbaard heeft 

Zeg daarbij dat u met vee of rauw vlees werkt.

Gaat u naar een ziekenhuis voor een ingreep, behandeling of opname?
Zeg het altijd tegen de arts dat u met vee of slachtvlees werkt. Bespreek het van tevoren met uw huisarts. Zo nodig kan de arts (opnieuw) testen of u een ongevoelige bacterie bij u draagt.

Meer informatie
Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.