Ik ben bang dat ik dementie krijg

In het kort

In het kort

  • Bij dementie vergeet u dingen en krijgt u ook andere problemen. U krijgt bijvoorbeeld problemen met:
    • spullen gebruiken, zoals uw telefoon of uw koffiezetapparaat
    • gewone dingen doen, zoals de boodschappen en omgaan met geld
    • praten of iets uitleggen
  • Hierdoor kunnen hobby's, werk, het huishouden en contact met anderen moeilijker worden.
  • Ga naar uw huisarts als u denkt dat u dementie krijgt.
  • Sneller dingen vergeten wil niet zeggen dat u ook zeker dementie krijgt. Er kunnen ook andere oorzaken zijn voor sneller dingen vergeten.
Vergeetachtigheid

Krijg ik dementie als ik sneller dingen vergeet?

Als u ouder wordt, gaat het geheugen minder goed werken. U vergeet dan sneller dingen. Dat is normaal.

Bij dementie zijn er meer problemen dan alleen snel dingen vergeten. Zo kunt u ook problemen krijgen met gewone dagelijkse dingen. Bijvoorbeeld met praten of iets uitleggen, boodschappen doen, apparaten gebruiken, koken of omgaan met geld.

Sneller dingen vergeten wil dus niet zeggen dat u dementie krijgt.

Verschijnselen

Wat merkt u van dementie?

Mensen die dementie hebben vergeten snel dingen, maar hebben ook andere problemen. Gewone dagelijkse dingen worden steeds moeilijker.

Vergeten 

  • Het wordt moeilijker om nieuwe informatie te onthouden.
  • U kunt zich niet meer herinneren wat er gisteren gebeurd is. 
  • Dingen die u vroeger altijd wist, kunt u zich nu moeilijk herinneren. Of het is helemaal weg uit uw geheugen.
  • U weet soms de naam van een familielid of kennis niet meer. Gezichten herkennen lukt steeds minder goed. 
  • U loopt ergens heen, maar weet daarna niet meer waarom.

De weg niet weten 

  • U verdwaalt in een bekende omgeving.
  • U weet niet meer waar u bent.

De tijd niet weten

  • U weet niet of het ochtend, middag of avond is.
  • U weet niet welke dag het is.

Praten

  • Het wordt moeilijker om te praten met mensen.
  • Er ontstaan 'rare' gesprekken doordat u ineens niets meer weet te zeggen of onlogische antwoorden geeft.
  • U weet niet meer of u een verhaal al verteld heeft. 

Plannen maken, dingen doen, opruimen

  • Het lukt minder goed om gewone dingen te doen, zoals boodschappen doen, koffie zetten, eten koken en opruimen. U weet niet meer goed hoe het moet.
  • U bent vaak dingen kwijt. U vindt ze later op een vreemde plek terug. Misschien denkt u dat anderen spullen hebben meegenomen.

Uw lichaam

  • U zorgt minder goed voor uzelf. Aankleden of haren kammen wordt moeilijk.
  • U vergeet soms te eten en eet minder.
  • U krijgt moeite met lopen.

Anders voelen en doen (gedrag)

  • U doet anders en reageert anders. Misschien was u bijvoorbeeld vroeger rustig en nu drukker. 
  • U kunt opeens boos zijn of verdrietig. 
  • U doet minder dan vroeger. 
  • U voelt zich onrustig of bang.
Risicofactoren

Wat maakt de kans op dementie groter?

De kans op dementie is groter:

  • op hoge leeftijd
    Hoe ouder u wordt, hoe groter de kans op dementie.
  • bij de ziekte van Parkinson
    Hoe langer iemand deze ziekte heeft, hoe groter de kans op dementie.
  • als dementie in de familie zit
    Erfelijkheid speelt soms een rol bij mensen die al op jonge leeftijd (jonger dan 65 jaar) dementie krijgen.

U kunt niet voorkomen dat u dementie krijgt. Gezond leven (gezond eten, veel sporten) verkleint de kans op dementie dus niet.

Wel of geen onderzoek?

Zal ik wel of niet laten onderzoeken of ik dementie heb?

U kunt ervoor kiezen om wel of niet te laten onderzoeken of u dementie heeft. Dit beslist u zelf. De volgende dingen kunnen u helpen om uw keuze te maken. U kunt dit ook met uw naaste of met uw huisarts bespreken.

  • Als u onderzoek laat doen, is er meer duidelijk over de oorzaak van uw klachten.
  • Als het onderzoek laat zien dat u geen dementie heeft:
    • Het kan u rust geven als u weet dat u geen dementie heeft.
      Soms is er een andere oorzaak voor uw klachten waar een behandeling voor is. Bijvoorbeeld een depressie, een burn-out, niet goed kunnen horen of bijwerkingen van medicijnen.
  • Als het onderzoek laat zien dat u wel dementie heeft:
    • U kunt hulp krijgen om met dementie om te gaan, zoals een vaste begeleider (casemanager dementie).
    • Uw naasten begrijpen uw situatie beter en kunnen u steunen.
    • U kunt, als u dat wilt, contact maken met andere mensen die ook dementie hebben.
    • U kunt met anderen uw zorg voor de toekomst bespreken en plannen maken voor de toekomst.
    • U kunt op tijd nadenken over geldzaken en dit goed regelen. 
  • Als u weet dat u dementie heeft, kan dit verdriet en angst geven.
  • Er is geen behandeling die de ziekte kan verminderen of genezen. 
Onderzoeken

Hoe weet ik of ik dementie heb?

De huisarts kan onderzoeken of u dementie heeft. Het onderzoek bestaat meestal uit:

  • Een paar gesprekken met u.
  • Lichamelijk onderzoek om te weten hoe u beweegt en of u goed hoort en ziet.
  • Een apart gesprek met een naaste (partner, kind).
  • Een geheugentest. Dit is een test met vragen en opdrachten. Er zijn ook speciale geheugentesten voor u als u niet zo goed Nederlands kunt.

Het kan zijn dat de praktijkondersteuner van de huisarts de testen bij u doet. De huisarts en praktijkondersteuner bespreken samen wat er uit het onderzoek is gekomen. Daarna bespreekt de huisarts dit met u.

Bloedonderzoek is meestal niet nodig. Alleen als de huisarts denkt dat u (ook) iets anders zou kunnen hebben, zoals een ontsteking of ziekte van de schildklier. 

Een scan van de hersenen is meestal ook niet nodig.

De huisarts kan u wel verwijzen voor meer onderzoek/een scan:

  • als u nog jong bent (bijvoorbeeld jonger dan 65 jaar) en misschien dementie heeft
  • als de huisarts denkt dat u een bijzondere soort dementie heeft
  • als de huisarts twijfelt over de oorzaak van uw klachten
Hoe gaat het verder?

Na de onderzoeken naar dementie

Uw huisarts vertelt of u dementie heeft of niet.

Geen dementie, wel geheugenproblemen

Soms zijn er wel problemen met het geheugen, maar heeft u geen dementie.
Dit is een normale situatie voor oudere mensen. Als u wilt, kan de huisarts de testen op een later moment nog eens doen. Bijvoorbeeld als uw klachten erger worden. 

Wel dementie

De onderzoeken van de huisarts laten zien dat u dementie heeft. Dit kan een moeilijk bericht voor u zijn. De huisarts bespreekt met u en uw naaste hoe u hiermee om kunt gaan

Twijfel over dementie

Soms is het niet duidelijk of u dementie heeft of iets anders. De huisarts kan u dan doorsturen naar het ziekenhuis voor verder onderzoek. Dit gebeurt alleen als u dit zelf ook wilt.

ORS

ORS is een oplossing van zouten en glucose (druivensuiker) in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken (overgeven).

Bron: Apotheek.nl
Wanneer bellen?

Wanneer de huisarts bellen bij problemen met het geheugen?

Maak een afspraak met uw huisarts:

  • als u zich zorgen maakt over uw geheugen
  • als u problemen in uw leven krijgt die misschien komen door dementie
Meer informatie

Meer informatie over problemen met het geheugen

We hebben informatie over problemen met het geheugen gemaakt met de richtlijn voor huisartsen.

Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.